De eerste schooldag is spannend, en nog spannender als je kind de taal op school nog niet goed spreekt. Het goede nieuws: kinderen leren op school heel snel. Met een paar dingen thuis maak je de start een stuk makkelijker.
Eerst luisteren, dan praten
Veel kinderen zeggen de eerste weken of maanden op school weinig. Ze luisteren, kijken en verzamelen woorden. Dat is een normale fase. Het betekent niet dat je kind niets leert.
Woorden die je kind meteen nodig heeft
Oefen thuis een paar woorden en zinnetjes die op school elke dag terugkomen:
- Plassen, wc, handen wassen.
- Jas, tas, beker, fruit, drinken.
- Juf, meester, kring, buiten spelen.
- "Mag ik…?", "Ik wil…", "Help mij", "Ik ben klaar".
- De eigen naam, en ja en nee.
Oefen in het echt
Zeg de woorden op het moment zelf: "jas" bij het aantrekken, "beker" bij het drinken. Zo onthoudt je kind ze veel beter dan van een lijstje.
Praat met de school
- Vertel de leerkracht welke taal of talen jullie thuis spreken.
- Vraag of de school extra taalhulp heeft. Veel scholen en gemeenten hebben programma's voor jonge kinderen die extra steun nodig hebben bij het Nederlands (vroegschoolse educatie).
- Vraag welke thema's er in de klas aan bod komen, zodat je thuis in jullie eigen taal over hetzelfde kunt praten.
- Leer de juf of meester een paar woorden in jullie taal, zoals "plassen" of "dorst". Dat helpt je kind de eerste weken.
Lees alles over meertalig opvoeden en waarom je thuistaal juist helpt →
Blijf thuis je eigen taal spreken
Je hoeft thuis niet ineens Nederlands te praten. Een kind dat thuis veel en rijk taal hoort, in welke taal ook, leert ook Nederlands makkelijker. Praat in jullie thuistaal over wat je kind op school meemaakt.
Bronnen
- Rijksoverheid: Voor- en vroegschoolse educatie
- Universiteit Utrecht: Een thuis vol taal
- Kind en Gezin: Meertalig opvoeden
Deze gids is algemene informatie en geen medisch advies. Maak je je zorgen over de taalontwikkeling van je kind? Neem contact op met het consultatiebureau of de huisarts.
